Je wilt natuurlijk voorkomen dat je paard schuurplekken van de deken krijgt, daarom is het erg belangrijk dat je een goed passende deken hebt. Maar wanneer is de pasvorm van de deken nou perfect? En hoe kun weten welke dekenmaat jouw paard heeft? We leggen het graag aan je uit!

 

MAATVOERING

De maatvoering van paardendekens hangt samen met de gemeten onderlengte van het paard. Deze onderlengte kun je berekenen vanuit de schofthoogte of de bovenlengte, maar het beste kun je de onderlengte direct op meten. Gebruik hiervoor een simpel meetlint en misschien een extra handje hulp. Wanneer je jouw paard hebt opgemeten, kun je in de dekens maattabel de juiste dekenmaat terugvinden.

TIP: Schofthoogte+ 30 = onderlengte

Welke deken past op jouw paard?

Stokmaat     Onderlengte     Bovenlengte

91-100         125                   75

101-110       135                   85

111-120       145                   95

121-130      155                   105

131-140      165                   115

141-151      175                   125

152-161      185                   135

162-168      195                   145

169-174      205                   155

175-182      215                   165

 

HOE HOORT EEN DEKEN TE ZITTEN?

Nadat je de juiste dekenmaat hebt bepaald is het nog belangrijk om te checken of de pasvorm van de deken geschikt is voor jouw paard. Er zijn hierbij een aantal punten die je kan controleren om te zien of de deken goed past. Zo moet de deken aansluiten op de schouder en borst, hij mag hier zeker niet te straks zitten. Met een vlakke hand moet je gemakkelijk tussen de voorzijde van de deken en de nek/ schouder van het paard kunnen bewegen. Ook moet de deken goed blijven liggen wanneer het paard het hoofd naar beneden of naar boven doet. Daarnaast moet de deken netjes aansluiten op de rug. Een deken die goed aansluit op de rug heeft geen vouwen. Bij een deken die goed past, valt de achterkant precies op de rand van de bil. Het is hierbij zeker niet erg als je de ronding van de billen aan de achterkant ziet. Indien de deken een staartflap heeft, moet deze staartflap beginnen op de staartaanzet. Op de volgende foto zie je een paard met een goed passende deken; hij sluit aan op de schouder en borst, sluit netjes aan op de rug en de achterkant valt precies op de rand van de billen.

 

TE GROOT? TE KLEIN?

Vaak zien we dat paarden een te grote deken op hebben. Een te grote deken gaat naar achteren schuiven, waardoor er schuurplekken en zelfs wondjes op de schouders van het paard ontstaan. Daarnaast wordt de bewegingsvrijheid van het paard belemmerd bij het dragen van een niet passende deken. Ook een te kleine deken kan gaan knellen op bijvoorbeeld de schoft en schouders. Dit geldt voor alle soorten paardendekens, zoals vliegendekens, winterdekens of regendekens. Mocht je nog vragen hebben over de pasvorm of maat van jouw deken, of twijfel je of jouw deken goed ligt? Neem dan zeker contact met ons op!